1: Geen armoede

Beëindig armoede overal en in al haar vormen.

Het eerste doel gaat over het beëindigen van armoede. Volgens de Verenigde Naties ook meteen het belangrijkste doel. Niemand mag in 2030 nog in extreme armoede leven. Onder de millenniumdoelen betekende extreme armoede dat iemand minder dan 1,25 dollar per dag te besteden heeft. De Wereldbank heeft deze grens in 2015 verlegd naar 1,90 dollar per dag. In 2012 leefde 12,8 procent van de wereldbevolking onder de grens van 1.90 dollar. Dit zijn 896 miljoen mensen. In 1990 leefde nog 37 procent van de wereldbevolking, of 1,95 miljard mensen onder deze grens. De verwachting is dat dit aantal in 2015 is gedaald naar 9,5 procent of 702 miljoen mensen van de wereldbevolking.

Sociale zekerheid

Maar doel één houdt meer in dan alleen extreme armoede. Zo is er bepaald dat alle landen zich moeten inzetten voor betere systemen op het gebied van sociale zekerheid. Dit betekent bijvoorbeeld het bedenken van beleid en het opzetten van programma’s voor een inclusieve arbeidsmarkt. Daarnaast moet het niet mogelijk zijn dat mensen in armoede kunnen raken door werkeloosheid, ziekte, ouderdom of een handicap. Als dit gebeurt moet je terug kunnen vallen op sociale systemen die je ondersteunen.

Economische middelen

Ook moeten alle mannen en vrouwen, en vooral arme en kwetsbare mensen, recht hebben op economische middelen als land, technologie en financiële dienstverlening, zoals microfinanciering. Maar dit houdt ook in het recht om te werken In doel één staat ook beschreven dat alle landen ervoor moeten zorgen dat arme mensen minder geraakt kunnen worden door natuurrampen, of sociale en economische crises.

2: Geen honger

Verzeker een goede gezondheid en promoot welvaart voor alle leeftijden.

In 2030 mag niemand op de wereld meer honger lijden. Iedereen moet toegang hebben tot veilig, voedzaam en voldoende voedsel, het hele jaar door. Volgens het Wereldvoedselprogramma hebben op dit moment 795 miljoen mensen niet genoeg voedsel om een gezond en actief leven te leiden. Dit is ongeveer een op de negen mensen wereldwijd. In sub-Sahara Afrika lijden naar verhouding de meeste mensen honger, een op de vier mensen in deze regio is ondervoed. Ook sterft bijna de helft (45 procent) van de kinderen die voor hun vijfde komen te overlijden aan malnutritie. En wereldwijd gaan nog steeds 66 miljoen basisschoolkinderen met honger naar school.

Malnutritie
Er moet dus nog veel gebeuren op het gebied van voedselveiligheid. De targets van dit doel richten zich onder anderen op het beëindigen van alle vormen van malnutritie in 2030. Hierbij moet er specifieke aandacht uitgaan naar de voeding van jonge vrouwen, zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven en de voeding van oudere mensen.

Voedselproductie
In 2050 zal de wereldbevolking zijn toegenomen tot zeker negen miljard mensen. Daarom richt dit tweede doel zich ook op de voedselproductie. Zo moeten er in 2030 duurzame systemen zijn voor voedselproductie. Dit betekent dat de voedselproductie omhoog moet, zonder ecosystemen aan te tasten. In 2030 moet de productiviteit en het inkomen van agrarische midden- en kleinbedrijven verdubbeld zijn. Hierbij gaat er speciale aandacht uit naar kwetsbare groepen als vrouwen, oorspronkelijke bewoners van een land of gebied, vissers en herders. Om dit te bereiken moet er bijvoorbeeld beter gelet worden op een eerlijke verdeling van land en toegang tot financiële markten.

3: Goede gezondheid en welzijn

Verzeker een goede gezondheid en promoot welvaart voor alle leeftijden.

“Gezondheid is essentieel voor duurzame ontwikkeling”, stellen de Verenigde Naties. Doel drie gaat over gezondheid en welzijn voor iedereen van jong tot oud. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie daalde het kindersterftecijfer in 2015 met 53 procent ten opzichte van 1990. Toch sterven er elk jaar nog steeds zes miljoen kinderen voor hun vijfde levensjaar. Het merendeel van deze kinderen wonen in Azië en sub-Sahara Afrika. Vier van de vijf kinderen die voor hun vijfde levensjaar overlijden komen uit deze regio’s. Moedersterfte is in 2015 ten opzichte van 1990 met 44 procent gedaald, aldus de Wereldgezondheidsorganisatie. Maar ook hier kunnen nog stappen worden gezet. Moedersterfte is in ontwikkelingslanden nog steeds 14 keer hoger dan in ontwikkelde landen.

Moedersterfte
In 2030 moet het moedersterftecijfer minder zijn dan 70 per 100.000 levendgeborenen. Ook moet het sterftecijfer van kinderen onder vijf jaar oud wereldwijd tenminste worden teruggedrongen tot 25 per 1000 levendgeborenen.

Gezondheid
 Daarnaast moet er in 2030 een einde komen aan epidemieën zoals HIV/aids, tuberculose, malaria en andere tropische ziekten. Om dit te bereiken moet er meer aandacht komen voor onderzoek naar vaccins en medicijnen. In de targets van dit derde doel staat ook beschreven dat er meer aandacht uit moet gaan naar het voorkomen en het behandelen van drugsverslavingen en alcoholmisbruik. En het aantal verkeersdoden moet in 2020 al gehalveerd zijn.

Seksuele rechten
In dit doel wordt ook meer aandacht besteed aan seksuele en reproductieve gezondheid en rechten. Seksuele en reproductieve gezondheidszorg moet in 2030 voor iedereen toegankelijk zijn. Ook moet er betere informatie beschikbaar komen over voortplanting en gezinsplanning, zodat iedereen goed geïnformeerde, eigen keuzes kan maken.

4: Kwaliteitsonderwijs

Verzeker gelijke toegang tot kwaliteitsvol onderwijs en bevorder levenslang leren voor iedereen.

Met name door de millenniumdoelen is er op het gebied van onderwijs de laatste jaren veel verbeterd, vooral voor vrouwen en meisjes. Op dit moment gaat 91 procent van de kinderen in ontwikkelingslanden naar de basisschool. Het aantal kinderen dat niet naar school gaat is ten opzichte van 2000 gehalveerd: van 100 miljoen in 2000 naar 57 miljoen in 2015. Maar er valt nog veel winst te behalen. Vijftig procent van de kinderen met een basisschoolleeftijd die niet naar school gaan, wonen in conflictgebieden. En wereldwijd kunnen 103 miljoen jongeren nog niet lezen of schrijven.

 Primair, secundair en tertiar onderwijs
Omdat het met primair onderwijs al erg goed gaat in de wereld, richt dit doel zich zowel op primair als secundair en tertiair onderwijs. In 2030 moeten dan ook alle jongens en meisjes in de wereld de basisschool en middelbare school kunnen afmaken. Ook moeten alle mannen en vrouwen toegang krijgen tot betaalbaar beroeps-, technisch-, en hoger onderwijs.

Kwaliteit
 Binnen dit doel is ook meer aandacht voor de kwaliteit van onderwijs. Zo moeten scholieren en studenten kennis en vaardigheden kunnen opdoen over duurzame ontwikkeling, duurzame levensstijlen, mensenrechten en gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Daarnaast moeten scholen een cultuur van vrede, geweldloosheid, diversiteit en mondiaal burgerschap promoten. Hier zijn bekwame docenten voor nodig. Daarom moet er meer aandacht uitgaan naar het opleiden van leraren in ontwikkelingslanden.

5:Gendergelijkheid

Bereik gendergelijkheid en empowerment voor alle vrouwen en meisjes.

In de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens is vastgesteld dat mannen en vrouwen dezelfde rechten hebben. Toch is dit niet voldoende. “Gelijkheid tussen mannen en vrouwen is niet alleen een mensenrecht, maar ook de basis voor een vreedzame, welvarende en duurzame wereld”, aldus de Verenigde Naties. Maar in de praktijk blijkt dat vrouwen en meisjes nog vaak achtergesteld worden ten opzichte van mannen en jongens. Dit vijfde doel stelt dat in 2030 vrouwen en mannen ook in de praktijk gelijke rechten moeten hebben op faciliteiten als onderwijs, gezondheidszorg en werk. Daarnaast moeten vrouwen en mannen gelijk vertegenwoordigd zijn in politieke en conomische besluitvorming.

Positie van vrouwen
De positie van meisjes en vrouwen is al flink verbeterd de afgelopen jaren. Zo gingen er in 1990 nog 74 meisjes per 100 jongens naar de basisschool in Zuidelijk Azië, maar in 2012 was dit aantal gelijk. Wereldwijd komen er steeds meer vrouwelijke politici bij. Toch vormen mannelijke politici nog steeds de overgrote meerderheid. En in Noord-Afrika is minder dan een op de vijf betaalde banen, buiten de agrarische sector, van vrouwen.

Gelijke rechten
In 2030 moeten vrouwen evenveel kansen krijgen als mannen, om mee te beslissen binnen de politiek, de economie en het openbare leven. Landen moeten specifiek beleid maken en wetten aannemen die vrouwen en meisjes gelijke rechten geven op alle gebieden. Ook moet er een einde komen aan al het geweld tegen vrouwen en meisjes zoals mensenhandel, seksuele uitbuiting, kindhuwelijken en vrouwenbesnijdenis.

6: Schoon water en sanitair

Verzeker toegang tot duurzaam beheer van water en sanitatie voor iedereen.

Schoon drinkwater en goede en schone sanitaire voorzieningen hebben een positieve invloed op andere Global Goals zoals voedselveiligheid, onderwijs en gezondheid. Schoon drinkwater zorgt voor minder infecties en schone toiletten op scholen zorgen ervoor dat meer meisjes naar school gaan, ook als ze ongesteld zijn. Er is genoeg schoon drinkwater voor iedereen op de wereld, maar door problemen zoals een slechte infrastructuur of economie, sterven er elk jaar nog miljoenen mensen aan ziekten die veroorzaakt worden door vervuild drinkwater of slechte hygiëne.

Sinds 1990 hebben 2,6 miljard mensen toegang gekregen tot schoon drinkwater, maar 1,8 miljard mensen halen hun drinkwater nog steeds uit vervuilde bronnen. Daarnaast kunnen 2,4 miljard mensen op de wereld nog geen gebruik maken van schone toiletten en ander sanitair.

Kwaliteit van water
In doel zes is dan ook vastgesteld dat iedereen in 2030 toegang moet hebben tot schoon drinkwater en gebruik moet kunnen maken van schoon en goed sanitair. Er wordt nog steeds veel afval weggegooid in water. Om de kwaliteit van water te verbeteren moet deze vervuiling stoppen en afvalwater moet vaker gezuiverd worden. Ook moeten alle landen in 2030 een goed werkend waterbeheer systeem hebben.

7: Betaalbare en duurzame energie

Verzeker toegang tot betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energie voor iedereen.

We hebben energie nodig voor onze welvaart en ons welzijn; om te leven, wonen en werken. De maatschappij zou zich niet zo kunnen ontwikkelen zoals het nu doet zonder energie. Daarom is het belangrijk dat iedereen gebruik kan maken van energie, vinden de Verenigde Naties. Een op de vijf mensen heeft op dit moment nog geen toegang tot energie. Maar tegelijkertijd is energie ook een van de grootste problemen van deze eeuw. We halen te veel energie uit kolen, olie en gas. Deze grondstoffen raken een keer op en de brandstof veroorzaakt klimaatverandering. Ten minste 60 procent van de uitstoot van broeikasgassen wordt veroorzaakt door energie.

Technologie
In 2030 moet iedereen toegang hebben tot betaalbare, betrouwbare en duurzame energie. Duurzame energie kunnen we halen uit natuurlijke bronnen als water, wind en zon. Om dit doel te bereiken moeten deze bronnen beter onderzocht worden, evenals de technologie waarmee we duurzame energie kunnen opwekken. Om moderne en duurzame energie ook in ontwikkelingslanden toegankelijk te maken, moet er gewerkt worden aan een betere infrastructuur en technologische vooruitgang.

8: Waardig werk en economische groei

Bevorder aanhoudende, inclusieve en duurzame economische groei, volledige en productieve tewerkstelling en waardig werk voor iedereen.

In veel landen betekent het hebben van een baan niet automatisch dat je aan armoede kunt ontsnappen. Dit moet anders. Daarom richt doel acht zich op fatsoenlijk werk voor iedereen en duurzame en inclusieve economische groei. Dit betekent dat iedereen die kan werken de mogelijkheid moet hebben om te kunnen werken, onder goede werkomstandigheden. Deze banen moeten economische groei stimuleren zonder het milieu aan te tasten.

Werkloosheid
Er is nog veel te doen binnen dit doel. Van 2007 tot 2012 groeide het aantal werkelozen in de wereld van 170 miljoen naar 202 miljoen. Van dit aantal zijn 75 miljoen jonge vrouwen en mannen. En om het aantal nieuwe mensen op de arbeidsmarkt in de komende jaren van een baan te voorzien, zijn er tussen 2016 en 2030 zijn er 470 miljoen extra banen nodig.

Zo moeten landen binnen hun beleid  meer aandacht besteden aan ondernemerschap, creativiteit en innovatie. Financiële instituties moeten versterkt worden zodat iedereen toegang krijgt tot banken, verzekeringen en andere financiële diensten.

Kinderarbeid en slavernij
Daarnaast moeten landen actie ondernemen op het tegengaan van moderne slavernij, mensenhandel en gedwongen arbeid, inclusief kinderarbeid en kindsoldaten. En in 2025 moet er definitief een einde komen aan alle vormen van kinderarbeid.

9: Industrie, innovatie en infrastructuur

Bouw veerkrachtige infrastructuur, bevorder inclusieve en duurzame industrialisering en stimuleer innovatie.

Bij infrastructuur moeten we denken aan transport, wegen, irrigatie, energie en informatie-, en communicatietechnologie. Om verbeteringen aan te brengen in onderwijs, gezondheidszorg of het drinkwater, is infrastructuur noodzakelijk. Zonder wegen of transport is het voor kinderen uit afgelegen dorpen bijvoorbeeld veel moeilijker om naar school te gaan. In veel ontwikkelingslanden ontbreekt deze fundamentele infrastructuur.

Zonder infrastructuur is het moeilijker om een baan te krijgen, zaken te doen, informatie te ontvangen en brood te halen. Oftewel, door een betere infrastructuur is het makkelijker om andere doelen te bereiken en gaat de levenskwaliteit omhoog.

Technologische vooruitgang
Om dit te bereiken is er technologische vooruitgang nodig. Daarnaast hebben we vooruitgang nodig om doelen over klimaat en duurzame energie te bereiken. Industrialisatie en innovatie zijn binnen dit doel dus ook van belang. Zonder technologie en innovatie zal er geen industrialisatie komen en zonder industrialisatie komt er geen ontwikkeling, stellen de Verenigde Naties.

Internet
Naast duurzaam en inclusief, moet infrastructuur in 2030 voor iedereen toegankelijk en betaalbaar zijn. Duurzame en inclusieve industrialisatie moet voor meer banen zorgen en het moet het BNP verhogen. In 2020 moeten ook de minst ontwikkelde landen toegang hebben tot internet en er moet meer onderzoek komen naar technologie binnen de industriële sector.

10: Ongelijkhied verminderen

Dring ongelijkheid in en tussen landen terug.

Inkomensongelijkheid tussen landen is de laatste jaren verminderd. Maar ongelijkheid binnen landen is alleen maar groter geworden. Tussen 1990 en 2010 is de inkomensongelijkheid binnen ontwikkelingslanden met 11 procent toegenomen. Maar ook binnen ontwikkelde landen is de inkomensongelijkheid toegenomen. Het idee dat economische vooruitgang niet genoeg is om armoede te bestrijden, wordt wereldwijd steeds meer ondersteund. Economische groei moet inclusief zijn. Oftewel, iedereen moet er bij betrokken worden. En als we het hebben over economische groei, moeten we ook aandacht hebben voor sociale aspecten en het milieu.

Inkomensgroei
In doel tien staat dat landen meer aandacht moeten besteden aan de inkomensgroei van arme mensen. Het inkomen van de armste 40 procent van de nationale populatie moet in 2030 dan ook sneller zijn gegroeid dan het nationale gemiddelde. Mondiale financiële instituties moeten beter gereguleerd en gecontroleerd worden.

Discriminatie
Binnen dit doel is ook ruimte voor migratie. Migratie en mobiliteit van mensen moet beter en veiliger georganiseerd worden. Ook moet er een einde komen aan discriminerende wetten en praktijken die ongelijkheid alleen maar groter maken. Iedereen moet gelijke kansen hebben en betrokken worden bij alle sociale, economische en politieke aspecten van de maatschappij.

11: Duurzame steden en gemeenschappen

Maak steden en menselijke nederzettingen inclusief, veilig, veerkrachtig en duurzaam.

De helft van de wereldbevolking, zo’n 3.5 miljard mensen, woont in de stad. En de verwachting is dat dat aantal alleen maar toeneemt: in 2030 woont mogelijk bijna 60 procent van alle mensen wereldwijd in stedelijk gebied. Vrijwel al deze verstedelijking, 95 procent, vindt plaats in ontwikkelingslanden. Helaas bevat die groei van ‘stedelijk gebied’ ook sloppenwijken. Nu wonen er al 823 miljoen mensen in die sloppenwijken, maar dat aantal zal blijven groeien.

Uitdaging van de stad Duurzame groei is de grootste uitdaging van de steden van de toekomst. Ondanks het grote aantal mensen dat in de steden woont, bedekken alle steden slechts drie procent van al het landoppervlakte. Toch kunnen de steden een groot verschil maken: ze zijn goed voor zo’n 60 – 80 procent van alle energieconsumptie en zo’n 75 procent van de carbon emissies. De snelle verstedelijking drukt zwaar op het krijgen of behouden van vers watervoorziening, functionerende riolering, de leefomgeving en de volksgezondheid.

Duurzame steden Tegelijkertijd heeft de hoge bevolkingsdichtheid in de stad ook voordelen. Zo is het gemakkelijker om bronnen efficiënter in te zetten; technologische innovaties breed door te voeren; en minder grondstoffen en energie te gebruiken. De stad van de toekomst moet met behulp van innovatie en vooruitgang kansen bieden aan iedereen, inclusief toegang basisvoorzieningen als schoon drinkwater, huisvesting, energie, transport en meer.

12: Verantwoorde consumptie en productie

Verzeker duurzame consumptie-, en productiepatronen.

Zorg voor duurzaam beheer en efficiënt gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Het produceren van onze goederen moet met het oog op de groeiende wereldbevolking veel handiger: ‘meer produceren met minder’.

Vervuilende energiebronnen
Zo moet het gebruik van vervuilende energiebronnen teruggeschroefd, want ondanks de technologische vooruitgang zullen OECD-landen naar schatting nog 35 procent meer energie verbruiken in 2020.

We moeten zorgen dat het kleine percentage aan drinkwater dat er is – maar drie procent van de wereldwatervoorraad is zoet water – minder vaak vervuild en verspild wordt.

Voedselproductie
Op het gebied van voedselproductie moet de verdeling beter. Terwijl er bijna 800 miljoen mensen honger hebben, is er in sommige delen van de wereld juist te veel (ongezond) eten, wat zorgt voor hart- en vaatziekten. Naar schatting haalt ongeveer een derde van wat de wereld produceert aan voedsel, ons bord niet. Het doel is om in 2030 voedselverspilling gehalveerd te hebben.

Groene levensstijl
Onze productie moet schoner: het doel is om chemicaliën en ander afval in de lucht, water en bodem te verminderen. De bedoeling is om in de hele keten bewust te maken van de problemen en te laten meehelpen bij de oplossingen. Van boer tot supermarkt, tot gemeentes, waterbedrijven en uiteindelijk de consument: zorg dat iedereen voldoende informatie heeft over een groene levensstijl.

13: Klimaatactie

Neem dringend actie om klimaatverandering en haar impact te bestrijden.

Ieder land op ieder continent heeft te maken met klimaatverandering. De opwarming van de aarde heeft nu al invloed op het dagelijks leven en het inkomen van miljoenen mensen wereldwijd en dat zal in de toekomst alleen maar toenemen.

Extreme omstandigheden
Droogte, overstromingen en extreme stormen komen vaker voor door klimaatverandering. Broeikasgassen die wij uitstoten zorgen ervoor dat de temperatuur op aarde snel stijgt. Dit zorgt ervoor dat het Poolijs smelt en het zeeniveau stijgt. Arme mensen die nu al het meest kwetsbaar zijn, krijgen het eerst met de gevolgen te maken. Vaak zijn zij afhankelijk van landbouw in gebieden die gevoelig zijn voor extreme omstandigheden.

Onder de twee graden
In december werd in Parijs een klimaatakkoord gesloten waarbij landen afgesproken hebben om de opwarming van de aarde onder de twee graden te houden. Hiervoor moeten broeikasgassen fors teruggedrongen worden en moeten fossiele energiebronnen vervangen worden door duurzame energie. Verder is het belangrijk dat met name ontwikkelingslanden maatregelen kunnen nemen om zich te wapenen tegen de gevolgen van klimaatverandering.

14: Leven in het water

Behoud en maak duurzaam gebruik van de oceanen, de zeeën en de maritieme hulpbronnen.

Oceanen zijn met hun temperatuur, hun stromingen en hun onderzeese leven de motor van mondiale systemen die de aarde bewoonbaar maken voor mensen. Ze bedekken drie kwart van het aardoppervlak. Ons drinkwater, ons weer, klimaat, de kusten, veel van ons eten en zelfs de lucht die we inademen zijn afhankelijk van de zee.

Activiteit op zee Oceanen en zeeën absorberen 30 procent van de totale CO2, en het fytoplankton zorgt voor 50 procent van onze zuurstof. Door de eeuwen heen zijn oceanen en zeeën cruciaal gebleven voor handel en transport. De huidige waarde van economische activiteit op zee wordt geschat op 3 tot 6 biljoen dollar. Nu nog dragen oceanen en zeeën 90 procent van al het transport, en via onderzeese kabels 95 procent van de mondiale telecommunicatie. Visserij en aquacultuur verschaffen voor 4,3 miljard mensen ruim 15 procent van hun dierlijke eiwitconsumptie. 

Zonder zorgvuldig beheer van deze essentiële mondiale hulpbron is er geen duurzame toekomst mogelijk.

15: Leven op het land

Bescherm, herstel en bevorder het duurzaam gebruik van ecosystemen, beheer bossen duurzaam, bestrijd woestijnvorming en landdegradatie en draai het terug en roep het verlies aan biodiversiteit een halt toe.

Bossen bedekken 30 procent van het landoppervlak van de aarde. Naast dat ze belangrijk zijn voor de voedselveiligheid en het bieden van onderdak, zijn ze ook essentieel voor het vechten tegen klimaatverandering, het beschermen van de biodiversiteit en vormen ze het leefgebied van inheemse bevolkingsgroepen. We verliezen jaarlijks 13 miljoen hectare bos, terwijl de landaantasting zorgt voor woestijnvorming van 3,6 miljard hectare aan land. 

Ontbossing
Ontbossing en verwoestijning – veroorzaakt door de mens en klimmaatverandering – vormen enorme uitdagingen voor duurzame ontwikkeling en tasten de levens van miljoenen mensen aan in hun strijd tegen armoede. Er wordt actie ondernomen om de bossen te beheren en de verwoestijning aan te vechten. 

Zo moet in 2020 de ontbossing zijn gestopt en moet bebossing wereldwijd toenemen. In datzelfde jaar moeten zoetwater- en aardse ecosystemen beschermd worden, met name bossen, moerassen, berggebieden en steppen. In 2030 moet de woestijnvorming tegen worden gegaan.

16: Vrede, justitie en sterke publieke diensten

Bevorder vreedzame en inclusieve samenlevingen met het oog op duurzame ontwikkeling, verzeker toegang tot justitie voor iedereen en creëer op alle niveaus doeltreffende, verantwoordelijke en open instellingen.

Binnen de millenniumdoelen was er nauwelijks aandacht voor, maar nu is vrijwel iedereen het erover eens dat zonder er vrede, veiligheid en rechtvaardigheid bijna geen ontwikkeling mogelijk is. Corruptie, diefstal en belastingontwijking kost ontwikkelingslanden 1,26 miljard dollar per jaar. Geld dat goed gebruikt kan worden voor armoedebestrijding of om kinderen naar school te laten gaan. En de helft van basisschoolleerlingen in conflictgebieden verlaat school zonder diploma. Vrede, veiligheid en rechtvaardigheid zorgen voor ontwikkeling, en andersom. Ze versterken elkaar.

Geweld en corruptie
Het geweld in de wereld moet in 2030 flink zijn verminderd. En er moet een einde komen aan het geweld tegen kinderen. Kinderen hebben nog elke dag te maken met uitbuiting, misbruik en mensenhandel. Corruptie moet omlaag, evenals de illegale wapenhandel.

Recht
Daarnaast moeten rechtssystemen worden versterkt en verbeterd, op nationaal en internationaal niveau. Informatie moet transparanter worden en fundamentele vrijheden zoals de vrijheid van meningsuiting moeten beter beschermd worden.

17: Partnerschap om doelstellingen te bereiken

Versterk de implementatiemiddelen en revitaliseer het wereldwijd partnerschap voor duurzame ontwikkeling.

“De duurzame ontwikkelingsdoelen zijn een to-do lijst voor mensen en de planeet, en een blauwdruk voor succes”, zei VN-Secretaris-Generaal Ban ki-Moon bij de lancering van de SDGs. “We zullen ook een nieuw mondiaal partnerschap nodig hebben”, aldus Ban ki-Moon. “We hebben actie nodig van iedereen, overal. Zeventien Duurzame Ontwikkelingsdoelen zijn onze gids.”

Samenwerken
Om alle doelen te behalen in 2030 moeten regeringen, bedrijven, burgers en organisaties samenwerken. Het gaat daarbij vooral om technologie, kennisoverdracht, handel, data, beleidscoherentie en financiële stromen. De officiële ontwikkelingshulp (ODA) bedroeg 135,2 miljard dollar in 2014, het hoogste niveau ooit. De schuldenlast van de ontwikkelingslanden blijft stabiel op ongeveer 3 procent van de exportinkomsten. Het aantal internetgebruikers in Afrika bijna verdubbeld in de afgelopen vier jaar, maar meer dan 4 miljard mensen maken geen gebruik van het internet, en 90 procent van hen woont in ontwikkelingslanden.

Een succesvolle agenda voor duurzame ontwikkeling vereist partnerschappen tussen regeringen, het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld. Gezamenlijke principes en waarden, een gedeelde visie en gedeelde doelen zijn nodig op mondiaal, regionaal, nationaal en lokaal niveau.

Investeringen
Investeringen op lange termijn, met inbegrip van directe buitenlandse investeringen, zijn nodig, met name in ontwikkelingslanden, in duurzame energie, infrastructuur en vervoer, alsook informatie- en communicatietechnologie. Regelgeving moet worden aangepast om investeringen aan te trekken en duurzame ontwikkeling te bevorderen. Nationale toezichtmechanismen zoals rekenkamers en wetgeving moeten worden versterkt.

Duurzame ontwikkelingsdoelstellingen

De SDG’s (Sustainable Development Goals of Duurzame Ontwikkelingsdoelen) zijn zeventien doelen om van de wereld een betere plek te maken in 2030. De SDG’s zijn afgesproken door de landen die zijn aangesloten bij de Verenigde Naties (VN), waaronder Nederland. De doelen kwamen er op basis van wereldwijde inbreng van organisaties en individuen.    

De Duurzame Ontwikkelingsdoelen startten in 2015 en lopen nog tot 2030. Ze zijn een mondiaal kompas voor uitdagingen als armoede, onderwijs en de klimaatcrisis. Het zijn de opvolgers van de Millenniumdoelen, die liepen van 2000 tot 2015.

Achter de zeventien doelen zitten 169 targets. Die maken ze nog concreter.

Kijk voor meer achtergrondinformatie over de duurzame ontwikkelingsdoelen op de website www.sdgnederland.nl.

Initiatieven

Cookie melding

Wij gebruiken cookies om het inloggen op onze website te vergemakkelijken en uw instellingen en voorkeuren te onthouden. U kunt deze cookies uitzetten via uw browser maar dit kan het functioneren van onze website negatief aantasten.

Ik ga akkoord